2013/07/20

Dooreten

Ik heb mijn vakantie doorgebracht op Kos en wil daarbij vertellen dat uiteten gaan in Griekenland maar een raar fenomeen is. Zo verwachtte ik dat Grieken behoorlijk traag zouden zijn, maar niets is minder waar. Als je uit eten gaat, krijg je direct de menukaart in je handen gedrukt en wordt er verwacht dat je binnen twee minuten weet welke maaltijd je wilt gaan verorberen en welk drankje je daarbij zou lusten.

Dat is ook zoiets vreemds: in Griekenland worden in één keer je maaltijd en je drankje opgenomen door de ober, terwijl in Nederland eerst rustig je drankje voor je neus gezet wordt voordat je eens een keuze over je eten gemaakt hebt. In de lage landen krijg je soms zelfs eerst iets te drinken, voordat de menukaart uitgedeeld wordt. Ik denk dat de Grieken daar nog nooit van gehoord hebben.

Enfin, als je dan je maaltijd besteld hebt duurt het ook echt niet lang voordat het op tafel neergezet wordt. Wanneer je een voorgerecht en een hoofdgerecht besteld hebt, moet je nog dooreten ook. Voordat je het weet staat je hoofdgerecht op tafel, terwijl je je voorgerecht nog maar net achter je kiezen geschoven hebt. Ik vind dat zonde, omdat je op deze manier veel minder van je eten geniet. Ook at ik de helft van mijn bord niet leeg, omdat ik zo snel vol zat wanneer ik zo snel achter elkaar moest eten. Dan staan er een overheerlijke salade en pasta voor je en dan krijg je het gewoon niet op, schade!

Ondanks dat ik mijn bord niet leeggegeten had, had ik veel tijd nodig om uit te buiken van het vele eten. Een wijntje toe. En nog een. Nog een. Helaas werd dit ook niet zozeer op prijs gesteld. De Grieken komen regelmatig naar je tafeltje toe en gieten bijna opdringerig je glas tot aan de rand vol vanuit de halve liter fles die eerder besteld was. Als je dan ook nog eens als één van de laatste klanten blijft hangen op het terras, schamen de obers zich niet om alvast op te gaan ruimen en stoelen op te gaan stapelen. Nou, betalen en wegwezen dan maar. Ik vond dit alles echt verbazingwekkend. Misschien gebeurt zoiets alleen in de toeristische gebieden?

2013/05/11

Wachten

Wachten. Altijd maar. Het is iets waar ik een enorme hekel aan heb. Ongeduldig als ik ben, dat moet ik toegeven. Maar toch. Zullen geduldige mensen dan wel van wachten houden? Dat kan toch niet. Hoe kun je in godsnaam geduldig blijven, wanneer je ergens heel lang op moet wachten? Misschien ligt het wel aan mij dat ik dat niet kan. Ik weet in ieder geval wel dat ik echt heel erg ongeduldig ben. Eén van mijn slechtste eigenschappen, al zeg ik het zelf.

Wachten voor het stoplicht, wachten op het eten. Wachten wanneer iemand weer eens te laat is voor een afspraak. Niet dat ik dat iemand kwalijk mag nemen, aangezien ik zelf meestal ook niet op tijd ben. Ja, dat is ook één van mijn slechtste eigenschappen. Wachten tot je thee niet meer te heet is om op te drinken. Wachten totdat de regen voorbij is, zodat je naar buiten kunt gaan. Wachten tot je salaris gestort is, of totdat je studiefinanciering op je bankrekening staat. Wachten tot je computer opgestart is. Wachten op een berichtje, op een telefoontje, op een uitslag. Wachten op de bus, trein, tram. Wachten tot die vervelende dag eindelijk eens voorbij gegaan is. Wachten op mooi weer, wachten op de lente en zomer. Wachten op betere, mooiere tijden. 

Soms is het vervelend, soms valt het mee. Soms duurt het lang, soms kort. Soms duurt het in werkelijkheid kort, maar lijkt het eeuwig te duren. Of juist precies andersom. Het kan allemaal. Altijd maar wachten - iedere dag opnieuw.

Wachten is het ergste op momenten dat je niets te doen hebt. Wanneer je je verveelt, lijkt één minuut wachten een hele week te duren. Oké, dat is misschien een beetje overdreven. Bij wijze van spreken dan. Vreemd is het eigenlijk, dat de werkelijke tijd en de tijd in je hoofd zo vaak ongelijk aan elkaar zijn.

Misschien is wachten nog erger wanneer je haast hebt. Dan heb je eigenlijk helemaal geen tijd om te wachten. Geen tijd, omdat je al tijd tekort komt. Omdat je al moet rennen in plaats van lopen, moet vliegen in plaats van kruipen. Toch komt het altijd weer om een hoekje kijken: wachten.

Misschien zou de wereld wel heel snel gaan, wanneer we nooit zouden hoeven wachten. Dan zou het stoplicht altijd op groen staan. Of nee, dan zouden er niet eens stoplichten bestaan. Dan zouden we niet eens weten wat stoplichten nu eigenlijk zijn. Het woord 'stoplicht' zou er niet zijn. Nooit wachten voor dat ene speciale feestje, of die ene speciale persoon. Nooit meer vertraging met de trein, nooit meer stressen als je de bus gemist hebt. Alles en iedereen zou overal en altijd bereikbaar zijn. Direct, zonder er ook maar een seconde op te wachten. Nu. Op dit moment. Zonder aarzeling of twijfel.

Ik weet eigenlijk niet zeker of dat me wel zo gelukkig zou maken. Het zou angstaanjagend zijn, wanneer alles vliegensvlug zou gaan. Misschien zouden we dan wel eerder doodgaan. En wanneer we niet eerder dood zouden gaan, zouden we misschien het gevoel hebben dat we vele jaren ouder worden dan dat we nu worden. Als we nooit zouden hoeven wachten, zou er geen rust meer zijn.Want dat is wat wachten eigenlijk ook is: een moment van rust. Ook al lijk ik dat meestal te vergeten. Misschien sta ik alleen stil bij momenten waarop wachten stom is. 

Nu ik dit aan het schrijven ben, weet ik eigenlijk niet of het wel terecht is dat ik zo'n hekel heb aan wachten. Misschien is het eigenlijk niet zo erg als ik dacht. Maar daar denk ik nu pas aan. Dat had ik nog niet bedacht voordat ik dit ging schrijven. Soms ben ik ineens boos op dingen in de wereld, die bij nader inzien helemaal niet zo slecht blijken te zijn. Misschien hoort dat ook wel bij ongeduldig zijn: te snel conclusies trekken, waardoor dingen in de wereld soms ineens heel stom lijken in mijn hoofd.